Inhoud:

Weetjes:

Raad voor de Rechtspraak is van mening dat in de Onteigeningswet moet worden opgenomen dat de bestuursrechter het onteigeningsbesluit vol dient te toetsen.

*****

Gemeenteraadslid Juliëtte Rot van de oppositiepartij Democratisch Zaanstad:”Mijn moeder heeft hetzelfde vechtlustige bloed”.

*****

Het bestuur van de beroepsvereniging VPPG wenst alle lokale groeperingen veel wijsheid toe in 2017.

Het jaar in de aanloop naar de verkiezingen in 2018.

De opkomst van de partijloze burgemeester

Hans Marijnissen schreef op 07/12/16 in Trouw:
“Bij partijgebonden kandidaten gaat de kwaliteit juist omlaag. De politieke partijen hebben nog zo weinig leden dat ‘iemand die vijf keer een intelligente opmerking op een partijbijeenkomst maakt, wordt gebombardeerd tot wethouder’, zegt Schneiders. En het wethouderschap is weer het voorportaal voor dat hogere ambt.”

Kort gezegd: politieke partijen kunnen niet meer de kwaliteit leveren die nodig is in bestuurlijke functies. En dan is er de politieke versplintering en polarisatie. “De fractievoorzitters die samen de vertrouwenscommissie vormen, liggen vaak zo met elkaar overhoop dat zij de ander geen kandidaat gunnen. Daarom wordt er maar voor een partijloze burgemeester gekozen: “die is tenminste neutraal.”

 

Piet Hein Donner, vicepresident van de Raad van State, waarschuwt: “Een politieke partij als GeenPeil ‘kan het einde van de democratische rechtsstaat inluiden zoals wij die kennen.”

Tijdens een bijeenkomst op het provinciehuis van Zuid-Holland, hekelde Donner de manier waarop GeenPeil zegt politiek te willen bedrijven. Eventueel gekozen Kamerleden zullen als een soort ‘levende stemkastjes’ opereren. De leden discussiëren op internet over plannen en wetsvoorstellen van het kabinet, waarna de GeenPeil-politici zullen stemmen wat de meerderheid van de achterban verlangt.
Een gevaarlijke ontwikkeling, vindt Donner. “Dit betekent het einde van goede besluitvorming.” Tegen Omroep West zei hij: “Besluiten die daar (bij GeenPeil) worden genomen, kunnen leiden tot grote lasten en grote schade voor de hele samenleving. Dat doe je niet op deze wijze.”

Wat zegt de Grondwet?

In de Grondwet staat dat volksvertegenwoordigers ‘zonder last’ moeten kunnen stemmen. Dat betekent dat ze in principe vrij zijn te handelen zoals zij dat willen, ongeacht bijvoorbeeld een regeerakkoord waar hun partij aan is gebonden. In de praktijk blijken politici overigens uiterst loyaal aan het fractiestandpunt.
Oorspronkelijk stond in de wet dat politici ‘zonder last en ruggespraak’ opereren. Dat tweede deel is er bij de Grondwetsherziening van 1983 uitgehaald, omdat het kan suggereren dat Kamerleden niet met hun achterban mogen overleggen.
De zinsnede ‘zonder last’ is blijven staan. “Wanneer een vertegenwoordiger slechts spreekbuis is van een toevallige achterban die over een bepaald onderwerp van zich heeft laten horen, dan wordt hieraan niet voldaan”, aldus Donner.

 

Onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van de Raad voor de rechtspraak

Allochtone daders krijgen vaker een gevangenisstraf opgelegd dan autochtone daders, maar daar staat tegenover dat ze een kleinere kans hebben op bijvoorbeeld een werkstraf of geldboete. Daarnaast zijn de opgelegde straffen even zwaar. Dit is de conclusie uit het vandaag verschenen onderzoek Zwaarder gestraft? (pdf, 1,6 MB) dat is uitgevoerd in opdracht van de Raad voor de Rechtspraak.

De verschillen in strafsoort hangen samen met voor de rechter belangrijke kenmerken van dadergroepen. Zo staat de ene groep vaker voor zware misdrijven voor de rechter, en zijn er bij andere groepen bijvoorbeeld vaker problemen op het gebied van werk, opleiding of relaties. Een rechter kijkt niet alleen naar het type en de zwaarte van het misdrijf, maar ook naar de persoon van de dader. Zo wil hij tot een straf komen met het beste effect op dader én samenleving. Een simpel voorbeeld: het heeft niet zoveel zin om iemand een geldboete op te leggen als hij deze toch niet kan betalen. Een cel- of werkstraf is dan soms nuttiger. En de rechter zal eerder een celstraf dan een werkstraf opleggen, als de veroordeelde niet in Nederland woont of geen Nederlands spreekt.