DÉ BEROEPSVERENIGING VOOR ONAFHANKELIJKE RAADSLEDEN!

In deze nieuwsbrief:

 

Teevengate: het partijbelang staat boven de grondwet

 

In de analyse van het debat over de Teevendeal wordt de machtspartij VVD vergeleken met het oude CDA. Daarmee suggereren de analisten dat het huidige CDA geen machtspartij is.
Alle woordvoerders in de Tweede-Kamer gingen de VVD eens goed de oren wassen. Krasse uitspraken volgden: “Ministerie van Veiligheid en Justitie is een soort VVD-partijkantoor.” “De VVD had maar een doel en dat is Opstelten overeind te houden.”
Met verve wezen alle oppositieleiders naar de Grondwet. Je moet wel heel veel boter op je hoofd hebben om de burgers op deze manier te willen misleiden. 

Alle parlementaire enquêtes komen telkens weer tot de conclusie dat het goed fout is met het functioneren van de Staten Generaal. En altijd beloven de Kamerleden lering te trekken uit de fouten. Maar dat faalt keer op keer omdat bij de Kamerleden het partijbelang boven de Grondwet staat.

Toen de Grondwet in 1815 werd ingevoerd, had men zich gebaseerd op de scheiding van de drie machten:

      1. de wetgevende macht (volksvertegenwoordigers),
      2. de uitvoerende macht (kabinet en ministeries)
      3. en de rechterlijke macht.

Er waren nog geen politieke landelijke partijen. De volksvertegenwoordigers en senatoren moesten stemmen zonder last of ruggespraak. Bij de opkomst van de politieke landelijke partijen rond 1900 waarschuwde de toenmalige Leidse hoogleraar Prof. mr. J.T. Buys dat politieke landelijke partijvorming een ernstige bedreiging vormt voor de slagkracht van de individuele vertegenwoordiger.

Hij concludeerde dat, wanneer op de ingeslagen weg van de partijvorming wordt voortgegaan, het beginsel van het verbod van last en ruggespraak uiteindelijk vernietigd wordt.

Hij had een zeer vooruitziende blik. Over de eis van de onpartijdigheid schreef hij: “men kan het onmogelijke niet vorderen, en tot het onmogelijke behoort de eisch aan de partijen gesteld om onpartijdig te zijn”.
Met de opkomst van de politieke landelijke verenigingen werd de scheiding van de wetgevende en uitvoerende macht definitief ten grave gedragen.

De verenigingsplicht en coalitievorming hebben ook de kiezer buiten spel gezet. De leden van politieke landelijke partijen beslissen wie hun vertegenwoordigers worden in de beide Kamers en bepalen de koers na de verkiezingen in een kabinet. Ook hebben deze verenigingen de macht gegrepen in de provincies en vele gemeenten en bij benoeming van burgemeesters, leden van adviesraden, hogere en lagere ambtenaren, topfuncties bij zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) en de belangrijkste functies bij de RvS. Met de benoemingen bij de Raad van State was het tevens afgelopen met de scheiding van de uitvoerende en de rechterlijke macht.

Kamerleden moeten dus ophouden met verwijzingen naar de Grondwet want Nederland is weliswaar grondwettelijk een democratische rechtstaat maar in de praktijk zijn we dat niet.
Het is een gotspe dat vluchtelingen onze Grondwet in het Arabisch krijgen om kennis te nemen van de daarin opgenomen waarden en normen terwijl kabinet en Staten-Generaal zich daar zelf niet aan houden.

Fons Zinken 20-12-2015

VPPG – Vereniging van Plaatselijke Politieke Groeperingen
behartigt de belangen van plaatselijke politieke groeperingen en hun raadsleden.

Secretariaat
Stuartstraat 77 secretariaat@vppg.nl
1815 BP Alkmaar www.vppg.nl
Twitter: @VPPG_NL