Minister Plasterk twijfelt aan de integriteit van raadsleden van lokale partijen!

Indien een raadslid of commissielid lid wordt van de beroepsvereniging VPPG heeft de gemeente bij deze keuze geen discretionaire bevoegdheid. Dat betekent niets anders dan dat het raadslid de beleidsvrijheid heeft om zelf te bepalen of en hoe hij/zij de bevoegdheid zal gebruiken. Bestuursrechtelijk heeft het College van B&W in deze geen beslissingsbevoegdheid. Volgens de minister heeft B&W wel een beoordelingsvrijheid want stel dat een raadslid de ANWB of de golfclub of de voetbalvereniging aanduidt als beroepsvereniging, dan zou de gemeente die contributie moeten betalen.

Dit is om twee redenen een minachting van de raadsleden van lokale groeperingen en een verwerpelijke opvatting. Op de eerste plaats spreekt hij hiermee uit dat die raadsleden niet te vertrouwen zijn. Op de tweede plaats is zeer duidelijk in de toelichting op artikel 13 derde lid van het Rechtspositiebesluit gesteld dat er in deze geen wegingsmoment (beoordelingsvrijheid) is voor B&W.