Minister Plasterk sluit de VPPG uit bij het overleg over de (rechts)positie van raadsleden

In het Overleg Rechtspositie Decentrale Politieke Ambtsdragers (ORDPA) overlegt het ministerie met het Interprovinciaal Overleg (IPO), de VNG, de Unie van Waterschappen (UvW) en daarnaast met afgevaardigden uit de verschillende beroepsgroepen van decentrale politieke ambtsdragers. Voor de raadsleden kiest de minister voor Raadslid.Nu omdat dit een landelijke beroepsvereniging is waarvan elk raadslid in principe lid kan worden, ook raadsleden van lokale politieke groeperingen. Het positieve hiervan is dat hij ook op deze wijze de VPPG erkent als landelijke beroepsvereniging.
Problematisch is wel dat de raadsleden van landelijke partijen geen grondwettelijke status hebben en de raadsleden van lokale groeperingen wel. De autonome positie van de gemeenten vereist onafhankelijke en zelfstandige volksvertegenwoordigers en dat zijn raadsleden van landelijke politieke partijen niet. Het landelijk bestuur bepaalt immers welke kandidatenlijst bij de gemeenteraadsverkiezingen wordt ingediend. Het is daarom onvoorstelbaar dat de afgevaardigde van Raadslid.Nu in de ORDPA, tevens lid van een landelijke partij, zich inspant om de positie van de raadsleden van lokale groeperingen te verbeteren. Zij hebben reeds zeer veel profijt van de € 15,5 miljoen rijkssubsidie die jaarlijks aan de landelijke partijen wordt uitgekeerd. Ook de televisie en radiospotjes en de steun van provinciale en landelijke kopstukken bij de gemeenteraadsverkiezingen, verstoren in hoge mate de democratie op lokaal niveau zoals gebleken is uit het rapport van de Universiteit van Tilburg met de titel: “Lokale kiezers: Lokale keuzes?”.